WAT IS TEHUIS NIET-WERKENDEN?

Soms is het niet meer mogelijk dat een persoon met een handicap in zijn thuisomgeving opgevangen wordt. Deze personen kunnen terecht in een residentiële voorziening, waar ze 24 uur op 24, 7 dagen op de week, 52 weken per jaar kunnen verblijven. Personen met een ernstige handicap, voor wie het thuis-wonen niet meer mogelijk is, kunnen terecht in een tehuis voor niet-werkenden. Daarbij wordt het onderscheid gemaakt tussen:

  • Bezigheidstehuis
  • Nursingtehuis

Villa La Ray is erkend voor de opvang van 14 personen met een fysieke handicap en/of niet aangeboren hersenletsel in het kader van het nursingtehuis. Het gaat hierbij om personen met een handicap met een grote zorgvraag voor wie de nadruk ligt op verzorging en paramedische behandeling.

Villa Le Othi is erkend voor de opvang van 13 personen met een handicap in het stelsel bezigheidstehuis. In het bezigheidstehuis is de begeleiding gericht op het aanbieden van activiteiten en het aanleren en onderhouden van diverse vaardigheden.

OP WELKE MANIER GEBEURT DE OMGANG MET DE BEWONERS?

De relatie tussen het personeel en de bewoners is gebaseerd op een fundamenteel respect voor de persoon. Er zijn 5 parameters die dit fundamenteel respect benadrukken:

  1. maximale ruimte geven voor zelfstandigheid
  2. individuele interesses aan bod laten komen
  3. keuzevrijheid (en dus keuzemogelijkheden) aanbieden
  4. privacy bieden
  5. relevante informatie doorgeven aan bewoners
  6. het subsidiariteitsprincipe, d.w. z. enkel de zorg aanbieden die nodig is en niet meer (eerst zelfzorg, dan mantelzorg en dan pas professionele zorg). De minst ingrijpende professionele zorg krijgt dus voorrang. De persoon met een handicap heeft het recht slechts zoveel hulp te krijgen als hij nodig heeft. Alles wat we daarbovenop doen, ontneemt hem zijn zelfstandigheid en kansen op zelfontplooiing. Dit zou niet van respect getuigen.

Personen met een fysieke handicap en/of NAH kunnen binnen de voorziening terecht voor 4 levensdomeinen

  • wonen
  • werken
  • vrije tijd
  • relaties en familie

Voor elk levensdomein wordt de persoon benaderd vanuit de context, het systeem en vanuit zijn persoonlijke toekomstplanning, telkens met 4 functioneringsgebieden in het achterhoofd, nl.:

  • het lichamelijke
  • het cognitieve
  • het sociale
  • het emotionele

De hulpvraag van een persoon kan zich voordoen op elk domein en elk domein kan een andere betekenis hebben, afhankelijk van persoon tot persoon. Binnen elk domein kan de persoon vragen naar:

  • hulp en ondersteuning bij de inbedding van de hulpvraag in bestaande diensten en maatschappelijke mogelijkheden
  • begeleiding in de bestaande diensten en maatschappelijke mogelijkheden
  • het zelf organiseren van een adequaat antwoord op de hulpvraag.

BEGELEIDING

De begeleiding gebeurt door mensen die ervaring hebben met de doelgroep en wordt ondersteun door een interdisciplinair team. Hierin zetelen begeleiders, een psycholoog, een ergotherapeut, een sociaal assistent, een logopedist, een cognitief trainer, … die allen gespecialiseerd zijn in het werken met de doelgroep. Er kan ook samengewerkt worden met externe diensten zoals verpleegkundige diensten, Minder Mobielen Centrale, enz.

Tehuis niet-werkenden